Aanscherping toepassen richtlijnen voor het financiële jaarverslag

1 maart 2015
Aanscherping toepassen richtlijnen voor het financiële jaarverslag

Bij het opstellen van de jaarrekening voor onze klanten houden wij ons aan de richtlijnen zoals die zijn opgesteld door de Raad van de Jaarverslaggeving (RJ), in het bijzonder RJ 640 “Organisaties zonder winststreven”. Binnen die richtlijnen is ruimte voor eigen interpretatie voor de organisatie en daar hebben wij in overleg met de klant en eventueel de accountant dan ook gebruik van gemaakt.

MOS heeft echter de afgelopen tijd binnen haar netwerk van accountants en via correspondentie met de belastingdienst, signalen opgevangen waaruit blijkt dat die eigen interpretatie van de richtlijnen op sommige vlakken steeds meer aan banden wordt gelegd.

Wij zijn van mening dat wij deze signalen niet kunnen negeren. U moet er als klant immers vanuit kunnen gaan dat uw jaarrekening op de juiste wijze wordt opgesteld. Bij inventarisatie van de door ons voorbereide en opgestelde jaarrekeningen blijkt dat op bijna alle aspecten er geen enkel probleem zal ontstaan met de strakkere toepassing van de richtlijnen. Datgene waar we wel actie op zullen ondernemen is op het gebied van eigen vermogen, reserves en voorzieningen.

Het komt nu nog voor dat bij diverse verenigingen, inkomsten en lasten rechtsreeks aan specifeke reserves worden toegevoegd of onttrokken. Omdat dit vaak beter uit te leggen is aan de leden zijn wij en accountants hier vaak ook in meegegaan. De strakkere interpretatie van de richtlijnen door de belastingdienst en accountants laten dit niet meer zo makkelijk toe.
Wij zullen dan met betrekking tot mutaties van het eigen vermogen alleen nog maar de hoofdregel toepassen, namelijk dat er (op enkele zeer specifek omschreven uitzonderingen na) niet rechtstreeks meer gemuteerd mag worden binnen het eigen vermogen. Alle mutaties lopen via de resultaatbestemming van de verlies en winst rekening.

Ter illustratie het volgende voorbeeld:
Vereniging A heeft een algemene reserve van € 100.000 en de afgelopen jaren is er ook een bestemmings- reserve gevormd van € 25.000 voor een op te richten innovatieplatform waar de vereniging heeft toegezegd financieel te zullen bijdragen. Dit jaar komen er facturen binnen voor in totaal € 20.000 en die worden rechtsreeks ten laste van de hiervoor gevormde reserve gebracht.

De afhandeling van de € 20.000 kosten zoals hierboven omschreven, kan niet meer zodanig worden uitgevoerd. Conform de richtlijnen worden die € 20.000 eerst in de verlies en winst verantwoord en vervolgens via resultaat- bestemming in mindering gebracht op de bestemmingsreserve. In beide gevallen zal de balans na resultaat-bestemming identiek zijn, alleen zal bij de nieuwe toegepaste methode het resultaat over het boekjaar wel € 20.000 lager zijn.

Wat betekent dit concreet voor uw organisatie?
De wijzigingen zoals hiervoor omschreven zullen wij bij de jaarrekening van 2015 gaan toepassen. Dit geeft ons de tijd om te kijken bij welke van onze klanten wij mogelijk aanpassingen moeten gaan doen. Wanneer dit bij uw organisatie van toepassing is, zullen wij dit zo spoedig mogelijk communiceren met uw bestuur en advies uitbrengen. Wij zullen dan ook met u meedenken over de presentatie en toelichting op de jaarcijfers aan uw leden en u daarbij ondersteunen.

Voor wat betreft de jaarrekeningen van 2014 en daarvoor: deze geven allen een getrouw beeld van de werkelijkheid en alle cijfers die daarin staan, kloppen en zijn betrouwbaar. De veranderingen die we in dit jaar gaan doorvoeren zijn noodzakelijk, maar tegelijkertijd ook cosmetisch van aard. Het is daarom niet noodzakelijk om deze wijzigingen met terug- werkende kracht toe te passen.


< Terug naar Publicatieoverzicht Download publicatie


Over de auteur

G. van den Brink
Gert van den Brink
Hoofd Financiën
Wij maken gebruik van cookies, gaat u hiermee akkoord? Meer informatie