Column: 'Ons' Verenigingsbureau

7 oktober 2015
Column: 'Ons' Verenigingsbureau


“O, ik dacht dat hier alleen maar mensen zouden zitten, die voor mijn vereniging werken”, is een voor ons gevleugelde uitspraak van een voorzitter van één van onze verenigingen. Hij was net aangetreden en kwam kennismaken met het verenigingsbureau. Zijn uitspraak wordt bij ons in het bedrijf dus nog wel eens herhaald. Bijvoorbeeld als we het hebben over potentiële klanten, die eraan denken hun bureau uit te besteden. Zeker als zij vanuit een situatie komen met een klein eigen bureau; verenigingen met een paar mensen in eigen dienst, een eigen pand, eigen software, eigen faciliteiten en ga zo maar door. Alles voor je zelf hebben, geeft kennelijk een gevoel van ‘in control’ zijn. Dat vinden bestuurders uiteraard een prettig gevoel, maar zijn zij dat ook daadwerkelijk en ten koste van wat? Een teken van de tijd is voor ons dat verenigingen – met een eigen bureau – regelmatig bij ons aankloppen, omdat het niet goed met hen gaat. Dat kan allerlei oorzaken hebben, maar vlot anticiperen op een veranderende werkelijkheid gaat die verenigingen over het algemeen niet goed af. Dan blijkt dat het met een het eigen bureau best lastig is om adequaat op ontwikkelingen in te spelen; om zwaktes om te converteren in sterktes en bedreigingen om te vormen tot kansen door middel van vernieuwing, flexibiliteit en  financiële efficiëntie. Vaak heeft dat bij die verenigingen te maken met het samenspel tussen bureau en bestuur. In de ons bekende gevallen waren beide partijen ervan overtuigd dat het anders moest. Ze deelden elkaars zorgen, maar toch gebeurde er niets.

Dan blijkt enerzijds dat de rol van coachende werkgever voor vrijwillige bestuurders geen eenvoudige is. Anderzijds is het bureau niet in staat bestaande structuren te doorbreken. Ondanks de goede wil is meebewegen, als het even iets minder gaat, niet eenvoudig. Als de vereniging gebaat is bij het beschikken over andere competenties, dan die op het bureau beschikbaar zijn, dan wissel je die niet zomaar in. Financieel meebewegen  met de vereniging is ook niet makkelijk. Ergo, zo’n vereniging zit met haar bureau vast in structuren die niet snel zijn aan te passen. Gevolg is dat er meestal een aantal jaar doorgeploeterd wordt en er op allerlei manieren geprobeerd wordt eruit te halen wat erin zit. Logisch, maar dat betekent meestal slechts het afremmen van de neerwaartse beweging, totdat het onvermijdelijk is om structurele maatregelen te nemen.

Eenmaal met MOS in contact is men vaak al snel overtuigd van de voordelen van kennis delen met collega’s die voor andere verenigingen en in andere sectoren werkzaam zijn, maar ook van de geboden borging van continuïteit en professionele ontwikkeling, evenals de flexibiliteit in competenties en kosten. Vanuit hun bestaande situatie redenerend, vragen ze zich dan vaak alleen nog af of, in de samenwerking met MOS, het verenigingsbureau nog wel voelt als hun eigen verenigings­ bureau. Gelet op de uitspraak van de bestuurder aan het begin van dit artikel: geen probleem dus!

Opmerkingen zoals ‘MOS voelt als een eigen bureau’ horen wij natuurlijk graag. Maar als die bestuurder nou had gezegd “Ik hoopte al dat er hier voor meer organisaties gewerkt zou worden!”  zou ons dat misschien nog wel veel blijer maken.

 

Raimond Fifis


< Terug naar Publicatieoverzicht Download publicatie


Over de auteur

Raimond Fifis
Raimond Fifis
Directeur MOS
Wij maken gebruik van cookies, gaat u hiermee akkoord? Meer informatie